Posts tonen met het label recensie theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensie theater. Alle posts tonen

17.1.07

Bespreking Niets - Nic Balthazar

--Elien Haentjes
Dag Elien, welkom in de studio. Jij hebt vorige week het stuk ‘Niets’ met Roel Vanderstukken gezien. De meesten mensen kennen Roel Vanderstukken waarschijnlijk als zanger van het Eén-programma ‘Steracteur, sterartiest’. Hoe was het om hem als acteur aan het werk te zien?

Ik was eigenlijk aangenaam verrast. Roel Vanderstukken zette zijn personage, de autistische jongen Ben, heel geloofwaardig neer. Hij viel nooit uit zijn rol. Misschien zit het feit dat hij het voor de 331ste keer speelde er ook voor iets tussen natuurlijk. Al zou dat ook nadelig kunnen werken. Maar dat deed het helemaal niet.
Het stuk is gebaseerd op het boek ‘Niets was alles wat hij zei’ van Nic Balthazar.

Roel Vanderstukken speelt dus Ben. Zijn er nog andere personages?

Ja en neen. Live zien we alleen Ben. De andere personages komen aan het woord in videofragmenten. Eigenlijk is het stuk opgevat als een Koppen-reportage die ingeleid wordt door nieuwsanker Wim De Vilder. In de videoreportage komen alle personages aan bod, behalve Ben. Hij komt niet aan het woord in de reportage, we zien hem enkel op het toneel als reactie op de video.

Dus de reportage en de monoloog zijn in elkaar verweven?

Ja inderdaad. Inhoudelijk vullen ze elkaar mooi aan. Soms vertellen de personages in de reportage iets en reageert Ben daar op. Op andere momenten is het net omgekeerd. Door die twee verhaallijnen te combineren treden de toeschouwers langzaam binnen in de leef- en denkwereld van de autistische Ben. Zo leren we dat Ben nooit iets zegt, dat hij anders is dan de andere kinderen, dat hij een erg hechte structuur nodig heeft, dat hij niet van knuffelen houdt en dat hij altijd in rijm praat. Daardoor krijgt de voorstelling een groot poëtisch gehalte.
Als contrast voor de poëtische tekst is er de vormelijke uitwerking. Vooral de muziek van Praga Kahn en de videogame die voor Ben soms realiteit wordt, zijn heel hard. Ook het strakke witte decor contrasteert met de poëtische tekst.

Het stuk is eigenlijk een schoolvoorstelling voor jongeren vanaf 14 jaar. Denk je dat het geschikt is voor die doelgroep?

Zeker en vast. Door het gebruik van de nieuwe technologieën sluit het stuk aan bij de leefwereld van de jongeren. Op een hippe, moderne manier brengt de ploeg zo een dramatisch verhaal van een jongen die anders is. Ze vangen de aandacht van de jongeren van de eerste minuut en laten ze niet meer los. En ook bij volwassenen is dat het geval.


Als je ‘Niets’ nog wil zien, dan moet je snel zijn. De voorstelling komt niet meer naar Leuven, maar wel nog naar Bierbeek op 10 februari. Voor andere data kan je de website
www.niets.org checken.

23.11.06

Eco - Dood Paard

-- Katharina Smet

Even plaatsen: de voorstelling is een topmeeting voor het ontwikkelen van een Shopping Centre Leisure Dome, namelijk Ecoville. Deze woongemeenschap Eco moet alle Eurodisneys, Wallibies en centerparcks in hun soort overtreffen. De filosofie achter het project zou volledig ecologisch moeten zijn. De plaats van actie is een soort vergaderzaal. In het totaal zijn er acht personen aanwezig op de vergadering, maar er zijn maar acht acteurs. Dit wordt opgelost door televisies waar elke acteur een alter ego live inspreekt. De verandering van personage wordt benadrukt door het wisselen van bril. Wanneer de assertieve management dame met een soort VLD-bril verandert in een mannenhatende advocate zet ze een wat existentiëlere zwartomrande bril op. Of wanneer een grootsprakerige architect met strakke bril verandert in een suffe kantoorklerk zet hij een wat seutige groene bril op.
Ongeveer heel de voorstelling wordt er “steenkolen” Engels gesproken, dus Engels met een dikke laag haar op. De meeting loopt bovendien al snel uit de hand, in plaats van constructief te vergaderen wordt heen en weer gescholden, komen de fascistische, xenofobe en homofobe kantjes van het project boven.


Eco blijkt, ondanks zijn ecologische aspiraties, een bijzonder onethisch en onverdraagzaam project.

Vergelijkbaar met Stan bij ons weigert het Nederlandse collectief Dood Paard een illusie op te bouwen. Maar ik had de indruk dat deze oningeleefde manier van spelen in deze voorstelling wat te veel van het publiek verwachtte. De afstand tussen de acteurs en hun personage is erg groot: de wisselingen van de personages zijn erg consequent, maar de verandering gaat niet verder dan de oppervlakte. De bril en de lichaamstaal van elk personage verandert wel geloofwaardig, maar elke toenadering tot een personage wordt afgeblokt. De personages blijven archetypes zonder verdere diepgang. Dit past in de filosofie van het collectief, maar dan zou er iets meer tegenover moeten staan, een diepere betekenis of scherpere humor bijvoorbeeld?
De stemming van de voorstelling is al snel gezet. Als toeschouwer weet je van het begin dat er van constructief vergaderen niet veel in huis gaat komen, en is het ook niet meer duidelijk waar de voorstelling nog naar toe wil gaan. De spanningsboog was na een tijdje zoek. Elke conversatie wordt afgebroken door beledigingen en de zich profilerende ego’s. Het geheel brokkelt uit elkaar. Ook het steenkolen Engels zorgt voor hier en daar wel voor een lollig grapje, maar begint na een tijdje toch te irriteren. Het geheel geeft de indruk van een goed gespeelde generale repetitie, waar er nog net iets meer gewerkt moet worden aan inhoud misschien?

16.11.06

MERG - De Roovers

-- Tinne Horemans

Tinne zag het stuk ‘Merg’ in de Beursschouwburg in Brussel. Oorspronkelijk een libretto van de Nederlandse auteur Judith Herzberg die theatergroep de Roovers bewerkten tot een muziektheatervoorstelling. Tinne,


Wie is Judith Herzberg, de eigenlijke auteur van dit stuk, en waar situeer je dit werk precies in de rest van het oeuvre?

Judith Herzberg is een literaire duizendpoot. In het begin van de jaren ’60 debuteerde zij met een dichtbundel, vanaf de jaren ’70 waagde zij zich ook aan het schrijven van toneelstukken en filmscenario’s. In Nederland, waar zij vandaan komt, is ze enorm populair. Niet alleen als dichteres, maar ook als toneelschrijfster. Altijd worden haar toneelstukken opgepikt door weer een nieuwe generatie acteurs en regisseurs. Zo ook bewerken de Roovers voor de derde keer een stuk van Herzberg, deze keer de kameraoperatekst: ‘Merg’. Een stuk dat zij in 1986 schreef naar aanleiding van een krantenartikel in Time.


De titel van het stuk is ‘Merg’. Waar gaat het precies over?


De voorstelling draait eigenlijk rond een prangend ethisch thema. Het verhaal gaat over twee broers die al een hele tijd niets meer van elkaar hebben gehoord na de dood van hun ouders als gevolg van een auto-ongeluk. Een ongeluk waarvoor de gezonde broer verantwoordelijk was. Nadat de ene broer ontdekt heeft dat hij een beenmergtransplantatie nodig heeft, is hij plots aangewezen op zijn broer. De zieke broer gaat – na een zware innerlijke strijd – zijn donorbroer opzoeken en vertelt hem zijn probleem. De acteurs confronteren de toeschouwer op die manier met een moeilijke ethische dilemma.
- Mag deze zieke broer na al die tijd zijn broer om hulp vragen terwijl hij weet dat zijn broer toch nooit ‘nee’ kan zeggen? Is dit nog ethisch verantwoord? Bovendien kampt deze nog altijd met een schuldgevoel. Hij vormt de oorzaak van de dood van hun ouders. Is het in deze omstandigheden nog geoorloofd dat hij zijn broer om een transplantatie vraagt?
- Daarentegen: Kan de gezonde broer zijn zieke broer in de steek laten met de dood van de zieke broer tot gevolg? Of is hij altijd/ wat de omstandigheden ook zijn verplicht zijn bloedeigen broer te helpen? Bestaat er dan zoiets als een ethische verplichting? Of kan hij wel weigeren? Bovendien is er nog zijn vrouw. Die niet wil dat haar man zijn zieke broer helpt. Voortdurend hoor je haar gemor. Voortdurend dreigt ze ermee het op te stappen.
Herzbergs aanpak lijkt Sokratisch. Het einde van het stuk is open. Zij gelooft in de kracht van de dialoog. Het antwoord zelf wordt niet gegeven. Dit moet de toeschouwer voor zichzelf uitmaken. Misschien omdat zij vindt dat iedereen het altijd voor zichzelf zal moeten uitmaken. Omdat er geen antwoord bestaat. Misschien wil zij de toeschouwer enkel wakker schudden, doen nadenken.

Oorspronkelijk was het een libretto. De Roovers maken er een toneelstuk van. Geslaagd?

De kameropera zelf werden de dialogen gezongen. Dat doen de Roovers niet. Als compensatie kozen zij voor begeleidende pianomuziek waardoor het een muziektheatervoorstelling werd. Live aan de piano zit Guy van Nueten – die al vaker voor theater werkte. De muziek bij deze voorstelling schreef hij zelf. En die is goed. Mooi. Ondersteunt de poëtische kracht van de tekst. Maar ja: ook muziektheater blijft in de eerste plaats theater. En de acteerprestaties konden mij een pak minder bekoren.

Vertel meer. Wat zijn volgens jou nog sterkere punten van het stuk?

Naast het muzikale aspect, hield ik ook het sobere van de beeldtaal. Wat eigenlijk ook weer een weerspiegeling is van Herbergs schrijfstijl. Zij schrijft geen woord te veel. Kort en krachtig. Ook de beeldtaal bleef sober, en tegelijk veelzeggend. Sober en tegelijk goed te begrijpen. Het decor was vrij kaal, op een piano en enkele panelen op de achtergrond na. Verder zag je op het podium vaak niet meer dan een klein tafeltje en twee stoelen. Enkele gebaren of slechts het verschuiven van een meubelstuk gaven je de illusie de ene keer bij de dokter, de andere keer bij de broer thuis te zitten. Ook het uitstrooien en het weer oprapen van een emmer appelen gaven je moeiteloos de illusie van een appelboomgaard. Ook de belichting zat perfect. Maar de suggestieve kracht van de beeldtaal werd tenietgedaan door de wat betuttelende tekst op de panelen achtergrond. Teksten zoals ‘Zieke broer bij dokter’. Heeft dit een reden? Welke? Ik heb ze niet gevonden.

Maar terwijl ik de suggestieve kracht van de beeldtaal bewonderde, vond ik de gesproken taal abominabel. Vooral de taal van Luc Luyens (de zieke broer) en zijn vrouw (Sara De Bosschere) liet voor mij te wensen over. Die taal is slordig: ik hoor dialectklanken en ‘gij’ en ‘jij’ wordt naar believen afgewisseld. Muziektheater blijft theater. Hoewel muziek of beeldtaal belangrijk kan zijn, blijft het ook woordkunst. Daarom speel je het of helemaal in het dialect of je speelt in een mooi Nederlands dat af is. Dit is volgens mij ook essentieel om de poëtische kracht die de rijmende tekst ongetwijfeld gehad zal hebben, over te brengen naar het publiek. Doe je dat in een slordig tussentaaltje gebeurt dat volgens mij niet, maar wordt deze kracht veelal opgeheven.

Wat vond je van de acteerprestaties?

Ook het spel is een levensbelangrijk onderdeel van theater. Maar ook de acteerprestaties konden me deze keer niet echt ontroeren. Ook hier geef ik een pak minder punten aan de zieke broer en zijn vrouw. Adriaan van den Hoof, de gezonde broer, en zijn vrouw, Veerle Dobbelaere doen het beter. Adriaan weet perfect over te gaan van de ene situatie naar de andere, zijn taal en mimiek zitten goed, hij worstelt met vragen en je ziet het, je kan je enigszins inleven in de moeilijke periode die hij doorstaat. Veerle kan ook overtuigen, al maakt de rol die zij moet vertolken het haar wel heel moeilijk.

Deze vrouw – de vrouw van de gezonde broer – wil helemaal niet dat haar man een beenmergtransplantatie voor zijn broer ondergaat, terwijl haar man aanvankelijk niet naar haar luistert en het overweegt wèl te doen. En het is deze frustratie en dit gevoel van onmacht dat zij het hele stuk lang probeert te vertolken. Ook dit wordt vervelend. En vooral omdat de toeschouwer niet te weten komt waarom zij absoluut niet wil dat haar man voor zijn broer in de bres springt. Wat draagt haar rol dan bij aan dit stuk? Het verhaal mist zeker diepgang. En niet alleen diepgang, maar ook vaart en spanning. Het stuk gaat langzaam. Misschien omdat het verhaal zo weinig om het lijf heeft. De korte inhoud vertelt je nagenoeg alles. En dit wordt dan anderhalf uur uitgesponnen. Spanning ontbreekt helemaal. De acteurs spelen vanaf het begin al zo geaffecteerd of onnatuurlijk, dat een climax duidelijk ontbreekt. De acteurs slagen er niet in de toeschouwer in het stuk mee te nemen. Hij is verveeld, niet mee. Lacht af en toe. Maar omwille van wat? Om een kopje dat op de grond valt. Dat is een slecht teken. Volgens mij had Herzberg een betere zin voor humor. De toeschouwer applaudisseert aanvankelijk niet als het stuk afgelopen is. Omdat hij niet wéét dat het stuk afgelopen is. Ook dit is te wijten aan een gebrek aan spanning, aan reliëf. De toeschouwer was niet mee. Als hij de schouwburg uitloopt, wil hij in de eerste plaats een pint. De ethische vraag is hij dan al lang vergeten.

Wie toch nog benieuwd is kan MERG volgende week dinsdag en donderdag gaan meemaken in het STUK. Op woensdag spelen DE ROOVERS in het kader van DE VOLLE TENT en dan betaal je maar 5 euro!

9.11.06

La petite fille qui aimait trop les allumettes - ZEVEN/Ine Goris

-- Elien Haentjens

Intussen is onze medewerkster Elien er bij komen zitten. Zij is gisteren hier in het STUK naar ‘La petite fille qui aimait trop les allumettes’ gaan kijken. En daarover brengt ze vandaag verslag uit.

Welkom in de studio, Elien. De voorstelling kreeg een zeer lange titel: ‘La petite fille qui aimait trop les allumettes’. Van waar die keuze?

De voorstelling is in feite gebaseerd op een boek van Gaetan Soucy, een Canadese auteur. En zijn boek heette ook zo. Inne Goris heeft de titel overgenomen en de tekst bewerkt. Ze tekende ook voor de regie.
Inne Goris is samen met haar gezelschap ZEVEN in theaterland bekend van haar bewerkingen van ‘Drie zusters’ van Anton Tjechow en ‘Pride en Prejudice’ van Jane Austen. Met ‘Drie zusters’ won ze de 1000watt-prijs.
Dus net zoals in haar vroegere producties vertrekt ze van een literaire bron. Maar er is wel een verschil: ‘La fille’ is haar eerste voorstelling voor volwassenen.

Dat is waarschijnlijk vooral aan de inhoud te wijten?

Inderdaad, qua thematiek is het echt wel bestemd voor een volwassen publiek. Het gaat over een meisje dat op een besloten landgoed zit, afgezonderd van de rest van de wereld. Enkel haar vader en haar broer wonen er ook. En van haar vader mag ze niet buiten en haar broer zit onder haar rokken. Om aan die realiteit te ontsnappen, droomt ze zich een bevrijdende prins, aan wie ze haar verhaal vertelt.

Inne Goris wil ,naar eigen zeggen, haar publiek geen hapklare brok bieden. Ze wil de toeschouwer de kans geven zijn eigen verhaal te zien openbloeien. Is ze daarin geslaagd?

Ja, als toeschouwer moet je inderdaad een actieve rol spelen. Je moet de verschillende componenten die de regisseuse je aanreikt versmelten tot één geheel. Je hebt immers naast de tekst en het spel van de actrice zelf ook nog videobeelden en muziek.
De videobeelden sluiten min of meer aan bij de tekst, maar ze zijn vooral suggestief. Zo vertelt de actrice in het begin over haar vader en broer aan de prins. Intussen zie je een man op de videobeelden. Maar je weet dus eigenlijk niet echt wie hij is. Als toeschouwer kan je dat zelf invullen.

Als je zowel tekst, het acteren zelf, de videobeelden en de muziek hebt, is het dan niet een beetje druk allemaal?

Nee toch niet. Alles is heel sober gehouden en ook het geheel is heel sober. Het decor bestaat enkel uit een wit doek vooraan en kleiner wit scherm achteraan het podium. Voor de rest is alles zwart. En de actrice, Anna Vercammen, heeft een zacht rood kleedje aan. Dat is de enige kleur op scène.
Ook de videobeelden zijn minimalistisch opgevat: in zwart-wit, heel langzaam en lange tijd hetzelfde beeld. En ook de muziek is zeer sober, waardoor ze tot de achtergrond beperkt blijft.
Tenslotte is ook het acteren zelf heel sober, zowel qua spel als qua tekst. De actrice, Anna Vercammen, spreekt de tekst zeer traag, op een vrij monotone manier en met veel pauzes, uit. Ook in haar spel houdt ze lange tijd eenzelfde pose aan.

En heeft de voorstelling je kunnen boeien?

Ja en nee. Ja, owv het visuele aspect en de samensmelting van de videobeelden en de acteerprestatie. Het sobere sprak me wel aan. Zoals bv ook het feit dat je het gezicht van de actrice pas na een half uur te zien kreeg. Daardoor werd de aandacht vooral op de tekst getrokken en wekte ze de nieuwsgierigheid van de toeschouwer.
Maar ik vond het tekstueel soms toch een beetje té sober. Het was soms moeilijk om de verschillende flarden tekst aan elkaar te knopen en daardoor vind ik persoonlijk dat je als toeschouwer te weinig kapstokken hebt om de voorstelling voor jezelf verder in te vullen.

Als je benieuwd bent naar de voorstelling van Inne Goris en je wil nog gaan kijken, dan kan dat. Maar dan moet je wel snel zijn. De voorstelling begint over een dik half uur: om 20.30 u in de Soetezaal van het STUK.